Koeien met een gelijkmatig dag- en nachtritme, die bovendien op gezette tijden eten en rusten, blijven gezonder dan koeien die dat niet doen. Dat blijkt uit onderzoek van Ingrid van Dixhoorn. Ze onderzoekt indicatoren van veerkracht bij koeien.

Van Dixhoorn, onderzoeker bij Wageningen Livestock Research, zocht met behulp van sensoren naar signalen van verhoogde kwetsbaarheid bij koeien die net een kalf hadden gekregen. Op dat moment verandert er veel in de koe: haar hormoonhuishouding verandert, ze gaat melk geven, ze gaat naar een andere plek in de stal met meer koeien, en haar voerregime wordt aangepast. Al die veranderingen hebben invloed op de weerstand van de koe, wat zich kan uiten in een lage energiebalans, uierontsteking en baarmoederontsteking.

‘In die fase van droogstand naar lacterend worstelen veel koeien met kleine aandoeningen, maar slechts enkelen worden echt ziek’, verklaart Van Dixhoorn. Wat is het omslagpunt van gezond naar ziek in de koe, wil Van Dixhoorn weten, en zie je dat aankomen? ‘Ik zocht dus signalen van verhoogde kwetsbaarheid bij de koeien.’ Daarmee toetst ze de theorie van de Wageningse ecoloog Marten Scheffer, die ‘tipping points’ ontdekte tussen gezonde en zieke natuur.

Signalen
Ze heeft nu twee signalen gekregen van deze weerbaarheid. In de periode rond afkalven moeten de koeien veel eten om hun energie op peil te houden. De koeien die vóór afkalven goed eten én een vast voerritme hebben zijn na afkalven het gezondst. Dat geldt ook voor koeien met een vast dag-nacht-ritme. Koeien die vóór afkalven onrustig zijn met een variabel ritme, hebben na afkalven vaker iets onder de leden. Van Dixhoorn gaat deze indicatoren nu op meerdere melkveebedrijven checken.

Koeien kunnen ziek worden van talloze externe factoren zoals infectieziekten, slecht stalklimaat, voer met weinig voedingswaarde en een hoge bezetting in de stal die leidt tot meer competitie en stress onder de koeien. Daar is al veel welzijnsonderzoek naar gedaan, zegt Van Dixhoorn. Maar naast die draaglast doet zij nu onderzoek naar de draagkracht van het dier zelf, die onder meer wordt bepaald door genetica. Waarom wordt het ene dier wel ziek onder gelijke omstandigheden en het andere niet?

Verrijkte stallen
Uit eerder onderzoek van Van Dixhoorn uit 2016 bleek dat varkens in ruime, verrijkte stallen eerder hersteld waren van dierziekten dan varkens in gangbare stallen. De ‘verrijkte’ dieren hadden voor infectie al meer witte bloedcellen dan de ‘gangbare’. Ze doet nog onderzoek op welk moment de varkens de extra weerstand opbouwen en welke managementfactoren daarvoor verantwoordelijk zijn.