Krachtige kruiden

Aanleiding

De huidige benadering van infectieziekten met de veelvuldige inzet van antibiotica is niet langer maatschappelijk verantwoord. Veehouders zijn daarom op zoek naar nieuwe methoden en middelen om dieren gezond en weerbaar tegen ziekten te houden. Wij zien mogelijkheden om het antibioticagebruik terug te dringen met het gebruik van weidekruiden in het rantsoen. Het aanbieden van een divers en kruidenrijk ruwvoer rantsoen is hierbij de invalshoek om de weerstand van dieren te vergroten. Wij verwachten dat melkveehouders hierdoor minder afhankelijk zijn van antibiotica, zodat de kringloop van diergezondheid op bedrijven wordt gesloten, de veerkracht van het productiesysteem bij ziekten wordt vergroot en de uitspoeling van antibiotica en andere medicijnen naar het grond- en oppervlaktewater vermindert.

Onderzoek

Het onderzoek bestaat uit twee verschillende praktijkproeven. Bij het eerste deel van de praktijkproef worden koeien geobserveerd die in een weiland lopen met verschillende kruidenstroken. De koeien worden hiervoor eerst in groepen verdeeld (verse koeien en koeien met mortellaro) en de koeien uit een groep krijgen een kleur op de rug als markering. Dit is nodig omdat de koeien gevolgd worden door middel van video-opnames met een drone. Door de kleur zijn de koeien vanuit de lucht te herkennen en kunnen we onderzoeken of koeien van een groep wellicht voorkeur hebben voor een bepaald soort kruid.

Het tweede deel van het onderzoek bestaat uit een voerproef waarbij twee groepen koeien wekelijks worden onderzocht door een getrainde dierenarts. Groep 1 (de proefgroep) graast dagelijks op een kruidenrijke weide en groep 2 (de controlegroep) graast op een weide zonder kruiden. Punten waarop de koeien onderzocht worden zijn onder andere klauwgezondheid en uiergezondheid. De koeien in deze proef worden onderzocht rond de transitie periode (van twee weken voor het afkalven tot 4 weken na het afkalven). Daarnaast worden er ook individuele melkmonsters genomen om naar de vetzuursamenstelling te kijken en eventuele verschillen aan te tonen tussen de koeien in de proefgroep en de controlegroep.

Samenwerkingspartners

Erve Mentink

Melkveehouderij Hornstra

Louis Bolk Instituut

Dierenkliniek de Woldberg

Mede mogelijk gemaakt door

Provincie Overijssel

“Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland”

Bekijk ook deze onderzoeksprojecten

Bekijk alle projecten