De koeien van melkveehouder René Nieuwlaar waren het afgelopen jaar de hoofdrolspelers in een praktijkproef van de projecten ‘Lang leve de gezonde melkkoe‘ en ‘Veerkracht van melkvee’. Het onderzoek is nodig om de groeiende datastroom op melkveebedrijven te kunnen benutten bij het vroegtijdig opsporen van koeien die kwetsbaarder worden.

‘Wat ik in ieder geval aan de praktijkproef heb overgehouden, is een koppel zeer makke koeien’, lacht melkveehouder René Nieuwlaar in Kloosterhaar. Samen met zijn broer Eric heeft hij een bedrijf met honderd melkkoeien en honderdduizend vleeskuikens. René Nieuwlaar houdt zich het meest met het melkvee bezig.

Bij de broers kwamen dit jaar wekelijks dierenartsen en onderzoekers over de vloer om nauwgezet de gezondheid van de koeien in kaart te brengen. Dit gebeurde ook bij drie andere melkveehouders.

Kwetsbaar

‘Het doel van het project ‘Veerkracht van melkvee’ is om indicatoren te vinden die ons kunnen helpen bij het aanwijzen van koeien die kwetsbaarder worden voor problemen. Dus koeien die hun veerkracht deels verliezen’, vertelt Ingrid van Dixhoorn, onderzoeker bij Wageningen Livestock Research.

‘We weten dat dit vooral in de transitieperiode het geval is, dus daar richten we ons in het project op. Wat we graag willen weten, is of er meetbare indicatoren zijn die aangeven dat een koe ziek wordt.’

Om te voorkomen dat het onderzoek alleen informatie oplevert die voor wetenschappers interessant is, gingen de initiatiefnemers van het Wageningse onderzoek op zoek naar mogelijkheden om ‘het veld’ erbij te betrekken. Daarbij kwamen ze in contact met het open innovatiecentrum VKON in Den Ham, die het geheel tot een praktijkproef smeedde met onder meer financiële steun van provincie Overijssel.

Nieuwste snufjes

De onderzoekers rustten de koeien en de stal van Nieuwlaar uit met de nieuwste snufjes om sensordata te verzamelen. Zo kregen de koeien halsbanden met sensoren die het loop- en vreetgedrag en de herkauwactiviteit van de dieren registreren. Ook is er een systeem voor plaatsbepaling van de koe in de stal geïnstalleerd.

Verder zijn de krachtvoerboxen uitgerust met ademhalingsanalyseapparatuur. ‘Daarmee meten we gehaltes aan zuurstof, koolzuurgas en methaan’, zegt Marije Thybaut, projectmanager bij VKON. ‘Met die informatie kun je bepalen in welke verbrandingsfase de stofwisseling van een koe zich bevindt.’

Dierenarts

Om te toetsen in welke mate je aan de sensordata kunt aflezen hoe het werkelijk met een koe gaat, kwam er tweemaal per week een dierenarts in de stal om alle koeien in de transitieperiode te onderzoeken. Het ging om koeien vanaf twee weken voor afkalven tot zes weken na afkalven.

Thybaut: ‘We hebben dat door verschillende dierenartsen laten doen. Niet door de dierenarts van Nieuwlaar omdat je dan een situatie krijgt van iemand die zijn eigen werk moet beoordelen.’

Bloedmonsters

Naast klinisch onderzoek zijn er van elke koe op drie momenten in de transitieperiode bloedmonsters onderzocht op verschillende parameters. Ook vroegen de onderzoekers Nieuwlaar om alle behandelingen die hij bij zijn koeien uitvoerde, nauwgezet te registreren.

Nog een informatiebron ontstond door het uitvoeren van een Koekompas. Dit is een risicoanalyse die in beeld brengt waar de sterke punten liggen en waar een melkveehouder stappen kan zetten om te verbeteren op het gebied van voeding en water, huisvesting, dierenwelzijn, melken, werkroutines, jongveeopfok en diergezondheid.

Gouden standaard

Inmiddels is het praktijkgedeelte op het bedrijf van Nieuwlaar afgesloten en zijn de onderzoekers bezig om alle verzamelde gegevens te combineren. ‘Waar we naartoe willen, is een soort gouden standaard om sensordata voor kwetsbaarheid van koeien te evalueren’, zegt Van Dixhoorn.

Heeft Nieuwlaar zelf ook iets aan het praktijkonderzoek gehad behalve dat hij er makkelijke koeien door heeft gekregen? ‘Ik vind het prettig dat er ook andere mensen in de stal komen die verstand hebben van koeien. Het maakt me scherper. Doordat anderen mijn koeien kritisch beoordelen, ga ik dat zelf ook meer doen’, zegt hij.

Praktische handvatten

De melkveehouder verwacht dat het onderzoek zal leiden tot praktische handvatten om sensordata te benutten. ‘Een voorbeeld: op een gegeven moment zag ik een koe met een kaakontsteking. Ze had er flink last van en ik moest haar behandelen met antibiotica’, vertelt hij.

‘Later ben ik terug gaan kijken in de beschikbare informatie en toen zag ik dat de koe al meer dan een week voordat ik de dikke kaak opmerkte, minder bewoog in de stal en minder melk produceerde. Achteraf bekeken had ik dus eerder moeten ingrijpen.’

Tochtdetectie

Zijn koeien dragen de halsbanden met sensoren nog steeds. Hij maakt vooral gebruik van de tochtdetectie. ‘Die werkt feilloos. Ik hoop dat het project ‘Veerkracht van melkvee’ ertoe leidt dat er meer mogelijkheden komen om nuttige dingen te doen met alle data die je bij koeien kunt verzamelen.’

Bron: Nieuwe Oogst
Tekst: Berrie Klein Swormink